Een
grote meerderheid wil het, een kleine meerderheid kan het,
maar een minderheid doet het.
Een vijfde (22,1%) van de Vlaamse internetgebruikers die online ondervraagd werden, heeft reeds ervaring met één of andere vorm van telewerk. Een aantal daarvan (4,5%) is hier echter mee gestopt. De huidige telewerkers (17,6%) werken meestal afwisselend thuis en op het hoofdkantoor. Drie kwart van de telewerkers, werkt maximaal halftijds thuis. Een ruime meerderheid van de niet-telewerkers is wel geïnteresseerd in telewerk (86,2%) en zou het ook liefst deeltijds doen (2 à 3 dagen).
Deze en andere ervaringen en meningen werden door prof. dr. Michel Walrave en dra. Elke Dens vastgesteld bij een duizendtal (1168) Vlamingen (werknemers en werkzoekenden) die de online vragenlijst invulden in 2003.
Onder meer de irritatie door vertragingen in het woon-werkverkeer, draagt in belangrijke mate bij tot de interesse voor telewerken. Een meerderheid (66,3%) vindt trouwens dat hun huidige job, en de concrete opdrachten die ze moeten uitvoeren, (deeltijds) telewerken toelaat. Vier op tien (40,9%) ondervraagden vrezen echter dat de werkgever er niet mee zou instemmen.
Zowel telewerkers als niet-telewerkers vinden dat deze vorm van arbeid een mogelijke oplossing kan zijn voor problemen in het woon-werkverkeer, dat het bijdraagt tot een beter evenwicht tussen werk en privé-leven en een grotere autonomie en voldoening kan brengen in het werk. De respondenten vrezen wel dat de relatie met collega's verwatert, dat de grens tussen werk en privé-leven vervaagt, dat men minder betrokken is bij wat er zich afspeelt in het hoofdkantoor of nog dat het eigen werk minder geapprecieerd wordt.
Opmerkelijk is dat de huidige telewerkers de voordelen hoger, en de nadelen lager ervaren dan de niet-telewerkers die inschatten. Alhoewel, er is één nadeel van telewerken waarmee telewerkers meer akkoord gaan dan de niet-telewerkers: de vervaging tussen werk en privé-leven.
Kennis over en ervaring met telewerken?
Het concept 'telewerken' wordt vaak vereenzelvigd met thuiswerken. Uit de studie blijkt de grote meerderheid (90,2%) telewerken ook in de eerste plaats te associëren met telethuiswerk . 4,2% associeert telewerken met mobiel werken. Verder denkt 3,2% aan werken in satellietkantoren en 1,5% aan werken in telecenters.
22,1% van de respondenten heeft reeds ervaring met telewerken, namelijk 17,6% van de respondenten is momenteel telewerker, terwijl 4,5% wel in het verleden hiermee ervaring heeft gehad. In de groep van de door ons bevraagde telewerkers zijn er significant meer mannen. Daarnaast zijn de telewerkers gemiddeld iets ouder en hoger opgeleid dan de niet-telewerkers uit de respondentengroep.
77,9% heeft echter nog geen enkele telewerkervaring. Zij die in het verleden telewerkten, stellen dat ze ermee gestopt zijn omwille van een gebrek aan goede afspraken met of het wantrouwen van hun leidinggevende. Sommigen moesten zelf de kosten dragen, en hebben daarom telethuiswerken gestaakt.
Voltijds of deeltijds telewerken?
Een
meerderheid van telewerkers verricht slechts een (klein) gedeelte van
hun totale arbeidstijd thuis of dichterbij huis: 54% telewerkt voor
minder dan een kwart van de totale arbeidsduur. 21% telewerkt tussen
25 à 50% van de arbeidsduur. Een vierde besteedt een meerderheid
van arbeidstijd via telewerken (12% tussen 50 en 75% en 12,5% tussen
75 à 100%).
75% van de respondenten die ervaring hebben met telewerken, wisselen
dus maximaal halftijds tele(thuis)werk af met werken in het hoofdkantoor.

Figuur
1: Aandeel van de betaalde arbeid dat men d.m.v. één of
andere vorm van telewerken verricht.
(Walrave & Dens - 2003 - "Tijd voor telewerk" Kluwer -
www.tijdvoortelewerk.be)
Thuis of elders?
De meeste ondervraagde telewerkers werken thuis (81,7%). Bijna één op tien van de telewerkende respondenten werkt mobiel (9,1%). Het satellietkantoor (2,3%) en het telecenter (3,2%) zijn vandaag minder benutte plaatsen om te telewerken. Tot slot stelt 3,7% dat zij elders telewerken, bijvoorbeeld bij klanten. Dus ongeveer één op vijf telewerkers werken elders dan thuis.
Interesse bij niet-telewerkers?
Zij die geen telewerk verrichten, zijn bijzonder geïnteresseerd in deze vorm van werken. Slechts ongeveer 2,8% verklaart heel weinig en 11% weinig geïnteresseerd te zijn. In totaal is dus 86,2% sterk tot heel sterk geïnteresseerd in telewerken.
Waar zou men het liefst willen werken? De niet-telewerkende respondenten verkiezen meestal een combinatie tussen telethuiswerk en hun vaste werkplek binnen het bedrijf. Op de tweede plaats volgt de eigen woning als plaats waar men het liefst zou willen werken. Mobiel werk en buurtkantoren (satellietkantoren of telecenters) al dan niet in combinatie met het hoofdkantoor, volgen daarna.

Figuur
2: Plaats waar de niet-telewerkende respondenten het liefst zouden willen
werken.
(Walrave & Dens - 2003 - "Tijd voor telewerk" Kluwer -
www.tijdvoortelewerk.be)
Hoelang telewerken?
Wat betreft het aantal dagen per week dat men zou willen telewerken, verkiest de meerderheid twee (26,5%) of drie dagen (21,5%) per week elders te werken dan in het traditionele kantoorgebouw. Zo'n 15,2% ziet full-time telewerken wel zitten. 12,4% verkiest vier dagen per week; 14% verkiest één telewerkdag per week. Tenslotte zou 3,6% liefst sporadisch telewerken (minder dan één dag per week). Afwisselend telewerken heeft dus de voorkeur.

Figuur
3: Proportie van de betaalde arbeid die men d.m.v. één
of andere vorm van telewerken zou willen verrichten.
(Walrave & Dens - 2003 - "Tijd voor telewerk" Kluwer -
www.tijdvoortelewerk.be)
Mogelijk in de huidige job?
Een
vorm van telewerken, eventueel in combinatie met een traditioneel kantoor,
lijkt dus wenselijk voor een meerderheid van de respondenten. Maar achten
zij het in hun huidige functie mogelijk?
Eén vierde van de niet-telewerkende respondenten (27,3%) acht
het niet mogelijk om dit in de huidige job toe te passen (omdat ze specifiek
materiaal of technologieën nodig hebben voor hun functie of intensief
face-to-face contact met klanten hebben, bijvoorbeeld). Een meerderheid
van 66,3% acht het echter wel mogelijk om in de huidige functie te telewerken.
Opnieuw benadrukken de respondenten dat dit part-time zou kunnen: 29,1% zou een intensieve telewerker kunnen zijn en van 75 tot 100% van zijn functie buiten het eigenlijke kantoor kunnen uitoefenen. 32,7% schat van 50 tot 75% te kunnen telewerken, 25,4% acht een geringere telewerktijd gaande van 25 tot 50% van de arbeidstijd mogelijk. 8,4% zou minder dan 25% van de arbeidstijd via telewerken kunnen uitoefenen.
De
mogelijkheid om in hun huidige functie een vorm van telewerken te kunnen
uitvoeren, hangt natuurlijk ook af van de instemming van de werkgever.
Volgens 28% van de respondenten, is de toelating om te telewerken zeker
gewonnen. Bijna één derde (30,9%) kan de reactie van hun
leidinggevende niet voorspellen. Ongeveer 41% (40,9%) meent dat de werkgever
niet zou instemmen. Naast jobgebonden redenen (nood aan intensieve samenwerking
met collega's, face-to-face contact met klanten, gebruik van specifieke
machines, e.d.m.), wordt ook de vrees van de werkgever voor verlies
aan rechtstreekse controle, als mogelijke reden voor de weigering benadrukt.
Vooral zij die menen dat ze in hun huidige functie wel één
of andere vorm van telewerken zouden kunnen toepassen, linken een gebrek
aan vertrouwen, een vrees voor verandering en kosten, aan de mogelijke
weigering van hun leidinggevenden.
Telewerken en mobiliteit
Tele(thuis)werken wordt vaak aangehaald als een mogelijkheid om mobiliteitsproblemen te helpen oplossen. Daarom werden de respondenten gevraagd of zij in hun woon-werkverkeer geconfronteerd worden met vertragingen. Zij die vertragingen oplopen tijdens het pendelen, werden ook gepolst naar de irritatie die dit eventueel teweegbrengt. Daarna werd nagegaan of er een statistisch verband bestaat met de wens om te telewerken.
45,7% van de respondenten heeft onderweg last van files, gemiddeld schatten ze dat ze dagelijks 25 minuten in de file staan. 29,7% heeft minder dan een kwartier vertragingen. Voor 35,8% schommelt het tussen het kwartier en het half uur. 24,6% staat meer dan een half uur, maar minder dan een uur in de file. Voor 9,8% duren de files meer dan één uur per dag.
Ruim
twee derde van de respondenten (68,8%) ergert zich aan de dagelijkse
file (20,3% heel veel, 25,2% veel, 23,3% weinig). 17% ergert zich niet
of bijzonder weinig. 70,1% vindt het dan ook wenselijk om dichter bij
zijn woning te werken (45,6% zeer wenselijk en 24,5% wenselijk, 4,2%
onwenselijk).

Figuur
4: Niveau van irritatie veroorzaakt door files in het woon-werkverkeer.
Totaal aantal respondenten die zich ergeren aan files is 68,8%
(Walrave & Dens - 2003 - "Tijd voor telewerk" Kluwer -
www.tijdvoortelewerk.be)
De mate van vertragingen tijdens het woon-werkverkeer, hangt sterk samen met de wens om te telewerken. Ten eerste werd vastgesteld dat wanneer men meer dan 45 minuten onderweg is, de wens om te telewerken stijgt. Als daarbij nog files en ergernis omwille van die vertragingen bijkomen, dan stijgt de interesse in telewerken nog meer.
Voordelen van telewerk
Het
is dan ook niet verwonderlijk dat telewerken in het algemeen positief
het meest geassocieerd wordt met het verminderen van de reistijd van
en naar het werk (97,8%). Op de tweede plaats staat de mogelijkheid
om werk en privé-leven beter te combineren (90,1%). Deze top
drie van individuele voordelen van telewerken wordt afgesloten door
de grotere autonomie in het volbrengen van de dagtaak die een telewerker
zou hebben (89,6%). De telewerker kan namelijk, in vele gevallen, meer
controle uitoefenen over de indeling van zijn dag. Tenslotte vindt bijna
twee op drie respondenten dat telewerken leidt tot een hogere werkmotivatie
(64,3%).
In verband met de maatschappelijke aspecten van telewerken gaat de meerderheid
ermee akkoord (86,5%) dat minder mobiele personen meer werkkansen krijgen
dankzij telewerk. Voor wat betreft de verhoging van de werkkansen voor
vrouwen, zijn de meningen eerder verdeeld (46,9% akkoord).
Nadelen van telewerk
Het negatieve item dat het meest geassocieerd wordt met telewerken in het algemeen is een daling van de sociale contacten met de collega's (69,4%). Eén derde van de respondenten vreest een vervaging van de grens tussen privé-leven en werk (36,3%). Eveneens één derde associeert telewerken met een lagere betrokkenheid bij alles wat er gaande is in het bedrijf zelf (35,8%). Eén vijfde vreest minder appreciatie van het geleverde werk (19,3%). Dat telewerk het overleg tussen werknemers en vakbonden zou bemoeilijken, wordt door één vijfde beaamd.
Telethuiswerken versus werken in een buurtkantoor
Wat betreft de verschillen tussen thuiswerk en werken in een telecenter, bijvoorbeeld, wordt het contactverlies vooral gevreesd bij thuiswerk (66,9% bij thuiswerk; 15,8% bij telecenter). Dit is verklaarbaar vanuit de mogelijkheid die in een telecenter bestaat om eventueel face-to-face contact te hebben met collega's uit het eigen bedrijf die er eveneens werken, en ook met werknemers van andere bedrijven.
De kans op een grensvervaging tussen werk en privé-leven is volgens de respondenten ook veel groter bij thuiswerk (36,8% akkoord bij thuiswerk; 5,3% akkoord bij telecenter). De meerderheid van de respondenten vindt dat er minder verschil is tussen thuiswerk en werken in een telecenter wat betreft de lagere appreciatie voor telewerk (19,6% akkoord bij thuiswerk; 11,9% akkoord bij telecenter). De lagere betrokkenheid met wat er in het hoofdkantoor gebeurt, wordt vooral gevreesd bij thuiswerk (36,8% bij thuiswerk en 17,6% bij telecenter).
Verschil telewerkers en niet-telewerkers?
Wat de voordelen van telewerken betreft, zijn de telewerkers het meer eens met de stelling dat telewerken een betere combinatie tussen werk en privé-leven mogelijk maakt dan de niet-telewerkers. Hetzelfde geldt voor de grotere werkmotivatie. Met de andere voordelen, het verminderen van de reistijd en de grotere autonomie gaan beide groepen in min of meer dezelfde mate akkoord. Over de nadelen zijn de telewerkers het ermee eens dat men door telewerken het contact met de collega's verliest, maar toch in mindere mate dan de niet-telewerkers dit aspect van telewerken vrezen. Ook de lagere betrokkenheid bij het bedrijf wordt door telewerkers wel aangestipt als mogelijk nadeel, maar opnieuw in mindere mate dan niet-telewerkers dit inschatten. Hetzelfde geldt voor de waardering van het verrichte werk.
Het blijkt dus zo te zijn dat de niet-telewerkers, althans volgens de ervaringen van de telewerkers, de hiergenoemde mogelijke voordelen van telewerken lichtjes onderschatten, terwijl ze een te grote vrees tonen voor een aantal mogelijke nadelen van telewerken. Alhoewel, er is één nadeel van telewerken waarmee telewerkers meer mee akkoord gaan dan de niet-telewerkers: de vervaging tussen werk en privé-leven.
Een typologie van overtuigden, geïnteresseerden en niet-willers
In de vragenlijst lenen zich heel wat items om een typologie op te stellen van niet-telewerkers op basis van meningen ten aanzien van telewerken. Zo konden we drie grote groepen onderscheiden.
37 % van de niet-telewerkers zijn "overtuigden"
Ze zijn ervan overtuigd dat telewerken in hun huidige situatie toepasbaar
is en zouden overschakelen naar deze werkvorm, indien ze de mogelijkheid
krijgen. Ze ergeren zich significant meer aan files dan de andere groepen
uit de typologie. Een meerderheid vindt dat ze meer dan de helft van
hun opdrachten op een andere plaats dan in het hoofdkantoor (namelijk
thuis of in een telecenter) zouden kunnen uitvoeren. Zij zien trouwens
telewerk als een incentive bij het zoeken naar een job.
48%
zijn "geïnteresseerden"
Dit is een middengroep die positief staat ten aanzien van telewerken,
maar een concrete stap nog niet kan of wil zetten. Ze zijn ook meer
te vinden voor een combinatie telewerk/traditionele werkplaats.
14%
van de huidige niet-telewerkers zijn "niet-willers"
Deze groep ziet geen voordelen in telewerken. Hun mening kan enerzijds
verklaard worden door het feit dat hun job het niet toelaat, maar ook
dat ze zich niet ergeren aan vertragingen tijdens het pendelen. Ze zijn
dan ook helemaal niet geneigd om rekening te houden met de mogelijkheid
om te kunnen telewerken wanneer ze een andere job (zouden) zoeken.
Besluit: Tijd voor telewerk?
België behoort in de Europese Unie tot de middenmoot wat betreft het aantal telewerkers. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het aantal telewerkers groeit, maar dat de interesse bij werknemers veel groter is dan de huidige praktijk. Ook uit dit onderzoek blijkt de interesse voor telewerken bij werknemers zeker aanwezig te zijn. Men zoekt vooral een vermindering van het woon-werkverkeer en een beter evenwicht tussen werk en privé-leven. Uit andere studies blijkt dat werkgevers in telewerken een middel zien voor de flexibilisering van de arbeid, mogelijke besparingen van kantoorruimte en vervoerskosten, een stijging van de productiviteit en het fideliseren van werknemers.
Telewerken
komt ook op de politieke agenda te staan, wanneer gezocht wordt naar
oplossingen voor mobiliteitsproblemen, voor betere arbeidskansen voor
bepaalde groepen van de actieve bevolking en de wens tot flexibilisering
van de arbeid om onder meer competitiever te zijn als onderneming of
individu.
Telewerkprojecten in een aantal organisaties, hebben de voordelen concreet
en meetbaar gemaakt. Ook om de mogelijke nadelen te counteren, is er
reeds praktijkgericht advies voorhanden.
Het is dus tijd voor telewerk. Maar er zijn nog drempels. Managementvisies en -methoden moeten soms nog gewijzigd worden om de implementatie en resultaten van telewerken te begeleiden. Bepaalde vaardigheden van telewerkers en leidinggevenden moeten hiervoor soms bijgeschaafd worden. De organisatiestructuur en -cultuur moet deze belangrijke verandering kunnen inbedden en ondersteunen. Op die manier kan telewerken succesvol zijn voor alle betrokken partijen.
| Wij danken van harte de respondenten van deze enquête en onze mediapartners: Hebben onze e-survey gesteund: De Standaard Online, InsideInternet, Skynet, SmartBusiness, Telenet, Trends, Vacature, VDAB, VEV Michel Walrave & Elke Dens |
In hun boek "Tijd voor telewerk" brengen de onderzoekers, naast de verschillende onderzoekspistes over telewerken, ook de maatschappelijke en technologische roots van het fenomeen en geven ze de sociale partners het woord. Daarnaast wordt de praktijk toegelicht in cases van een aantal Belgische werkgevers en een stappenplan voor de implementatie van een telewerkproject. Maar ook implicaties voor het management en de juridische aspecten, worden niet vergeten. Het geheel wordt geïllustreerd met tips, advies en referenties naar websites en organisaties.
.......................................................................................
(C) Walrave & Dens 2003
Synthese van de e-survey uit het boek "Tijd voor telewerk" (Kluwer, 2003)
Inhoudsopgave boek
Info per e-mail
Online bestellen
