Home
boek
project
seminaries
links
CAO Telewerken: flexibiliteit & zekerheid hand in hand?

De omzetting van de Europese raamovereenkomst over telewerken bepaalt de rechten en plichten van werkgevers en werknemers bij de toepassing van telewerken.

Deze CAO is op 1 juli 2006 in werking getreden.

Hierna volgt een samenvatting van de CAO en het advies en bijhorend commentaar.

De volledige teksten kunt u downloaden:

CAO Nr. 85>>

Advies Nr. 1528 (bij CAO Nr. 85)>>

   

Telewerk-CAO in tien punten:

1.  Definitie

Telewerken wordt omschreven als een vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie en in het kader van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden die ook op de bedrijfslocatie van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis en niet incidenteel buiten die bedrijfslocatie worden uitgevoerd.

2. Mobiele telewerkers

De definitie van telewerken sluit de mobiele telewerkers uit, die nochtans een belangrijke categorie vormen in Europa en België (Sibis, 2003). Het gaat om de vertegenwoordigers, consultants, technici, maar ook bijvoorbeeld thuisverpleeg(st)ers, medisch afgevaardigden die soms werken op verschillende locaties, waaronder eventueel telethuiswerken (bv. redactie verslagen, raadplegen e-mails), werk bij klanten (bv. technische interventie, consultancy) en eventueel in satellietkantoren of telecenters.

3. Satellietkantoren en telecenters

Eveneens vallen werknemers die werk verrichten in satellietkantoren niet onder de bepalingen van de CAO. De reden die hiervoor wordt aangegeven is dat satellietkantoren gedecentraliseerde vestigingen zijn, een ruimtelijk verlengstuk, van het bedrijf.

4. Telewerkovereenkomst

Eerst en vooral wordt in de CAO bepaald dat het telewerken vrijwillig is en dat de overeenkomst ongedaan gemaakt kan worden. Deze schriftelijke overeenkomst wordt individueel of collectief tussen werkgever en werknemer(s) opgesteld en leidt tot een bijlage van de arbeidsovereenkomst. De overeenkomst verduidelijkt (minimaal):

1. de frequentie van het telewerken en eventueel de dagen waarop de betrokkene telewerkt en eventueel de dagen/uren van aanwezigheid in de onderneming,

2. de periodes van bereikbaarheid van de telewerker en de middelen hiervoor (bv. telefoon, e-mail),

3. de ogenblikken waarop de telewerker een beroep kan doen op technische ondersteuning,

4. de modaliteiten voorzien voor de betaling of vergoeding van kosten gelinkt aan het telewerken (bv. nodige apparatuur, telecommunicatiekosten),

5. de voorwaarden voor een terugkeer naar de bedrijfslocatie (bij het beëindigen van de telewerkovereenkomst); de notificatietermijn en/of de duur van het telewerk en de wijze van verlening ervan.

De CAO bepaalt verder dat de telewerker moet geïnformeerd worden over de arbeidsvoorwaarden en specifiek ook aanvullende arbeidsvoorwaarden die gelden bij telewerken zoals de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden tijdens het telewerken, welke directe meerdere of andere persoon gecontacteerd kan worden bij vragen en afspraken over de rapportage van de activiteiten.

Het formaliseren van enkele essentiële elementen is noodzakelijk opdat telewerken zowel voor de werkgever als de werknemer uitvoerbaar zou zijn en toch van een zekere flexibiliteit zou kunnen genieten.

In het advies dat de CAO begeleidt, nodigt de Nationale Arbeidsraad de Regering uit om de wet inzake arbeidsovereenkomsten (van 3/7/1978) te wijzigen en de telewerkers uit te sluiten van de bepalingen betreffende de huisarbeid. De wetgever heeft hieraan gevolg gegeven. De voornaamste bepalingen van titel VI van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten die door de wet op de huisarbeid (van 6/12/1996) zijn ingevoerd, zijn niet van toepassing op de telethuiswerkers.

5. Uitrusting

De CAO voorziet uitdrukkelijk dat de werkgever de communicatiekosten die gelinkt zijn aan het telewerken moet betalen. Voor de aanvang van de telewerkovereenkomst wordt dit bepaald. Dit betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat een proportie van communicatiekosten die overeenstemmen met de concrete telewerkdag(en) of communicatieverbindingen in het kader van het werk worden vergoed.

Belangrijk is ook dat de werkgever opgedragen wordt de nodige apparatuur ter beschikking te stellen, maar ook deze uitrusting te installeren en te onderhouden. Eveneens voorziet de werkgever een helpdesk en deelt de bereikbaarheid ervan mee.

Bij defect van de apparatuur of bij overmacht waarbij de telewerker de taken niet kan uitvoeren, informeert de betrokkene de werkgever hierover onmiddellijk. De werkgever is verplicht het overeengekomen loon te betalen aan de telewerker en men kan specifieke regels formuleren over bijvoorbeeld vervangende taken of een tijdelijke terugkeer naar de bedrijfslocatie.

6. Veiligheid en beveiliging

De werkgever informeert de telewerkers over het organisatiebeleid inzake veiligheid en gezondheid op het werk. De telewerkers worden verzocht deze afspraken na te komen en een preventieadviseur kan het thuiswerkkantoor controleren mits toestemming van de betrokken telewerker en dergelijk bezoek vooraf aangekondigd is.

Ook worden maatregelen genomen voor de beveiliging van bedrijfsinformatie (d.m.v. software bv.). De werknemer wordt over de regels terzake geïnformeerd en leeft deze na. Eveneens wordt de telewerker geïnformeerd over de afspraken over eventuele beperkingen van gebruik van de apparatuur (en de sancties)[1].

Met deze bepalingen wil men de plicht van de werkgever inzake veiligheid, welzijn en beveiliging combineren met het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de telewerker.

7. Gelijkheid

De CAO verduidelijkt, zoals in het Europese raamakkoord, dat telewerkers dezelfde rechten genieten als vergelijkbare niet-telewerkers wat betreft opleidingen, loopbaanmogelijkheden en dat voor hen dezelfde werkbelasting en prestatienormen gelden. Er kunnen specifieke aanvullende collectieve en/of individuele overeenkomsten worden gesloten om rekening te houden met de bijzondere kenmerken van het telewerk.

8. Specifieke initiatieven

Telewerkers worden opgeleid om met de technologische apparatuur te kunnen omgaan, maar ook worden zij opgeleid, en kunnen hun leidinggevenden maar ook collega’s opgeleid worden, over deze specifieke werkvorm en het managen ervan.

Eveneens moet de werkgever initiatieven nemen om te verhinderen dat de telewerker geïsoleerd geraakt van collega’s. Daartoe voorziet de werkgever gelegenheden waarop de telewerker regelmatig collega’s kan ontmoeten maar ook dat informatie over de onderneming beschikbaar is.

9. Arbeidsduur

Tot nog toe was (tele)thuiswerk, op grond van de wet op de huisarbeid, niet onderworpen aan de reglementering inzake arbeidsduur. Het advies bij de CAO van de Nationale Arbeidsraad uit de intentie om telewerken te onderwerpen aan de regelingen voorzien in de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten (3/7/1978) en dus ook voor telewerken te onderwerpen aan de bepalingen inzake arbeidsduur. De wetgever heeft gevolg gegeven aan dit verzoek.

Binnen de arbeidsduur die geldt in de onderneming, organiseert de telewerker zijn werk zelf, wat een zekere flexibiliteit inbouwt inzake combinatie werk/gezin.

10. Transparantie

De CAO heeft de verdienste om de werkgevers op te leggen specifieke cruciale afspraken te formaliseren om telewerken in goede banen te leiden.

In dit kader is er toch ruimte voor een zekere flexibiliteit. Op die manier worden werkgevers gestimuleerd om hun beleid inzake flexibiliteit te verduidelijken en zo nodig  maatregelen te nemen die aangepast zijn aan de specifieke omstandigheden van het telewerken.

Op sector- en ondernemingsniveau kunnen eveneens nadere regels afgesproken worden voor de toepassing van de CAO, rekening houdend met de eigenheid van sectoren, ondernemingen.

CAO Nr. 85>>

Advies Nr. 1528 (bij CAO Nr. 85)>>

Samenvatting handleiding>>

Synthese onderzoek Telewerken in Vlaanderen (2005)>>

Telework in Belgium, Prof. dr. Michel Walrave, Universiteit Antwerpen>>

Synthese onderzoek in Vlaanderen, Tijd voor telewerk (2003)>>
 


[1] In deze context is CAO 81 van 26 april 2002 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de controle op de elektronische on-linecommunicatiegegevens van toepassing.